Ik ben in het park, het is 21 uur…

Ik ben in het park, het is 21 uur …

… en ik zie mijn twee ‘habitués’ niet, die ik weer wil oppikken.
Hij logeert al maanden met tussenpozen bij mij en lijkt me hoe langer hoe meer op automatische piloot te leven, niet meer wetend wat te doen of te hopen. Haar ken ik nog maar twee dagen: ze leek me een vrolijke babbelkont met make-up die haar erg slecht stond, wellicht om zich er beter achter te kunnen verstoppen.
Ik zou hen echt graag weer meenemen. Maar helaas. Ik loop hier al meer dan een uur tussen de kartonnen en de lege flesjes op de grond, maar zie geen van beiden.

Dan kijk ik naar al die anderen die ik niet ken. Ik bestudeer twee jonge vrouwen die met elkaar staan te praten. Ik spreek er een aan, terwijl ik de andere aanwijs: “You are two?”. “No, five”, antwoordt ze. Een iets minder jonge vrouw gehuld in een grote olijfgroene doek, komt tussenbeide: “Yes, yes, they are two, take them!” Ik vermoed dat zij de leidster van dit groepje van vijf is. De twee meisjes kijken afwisselend naar de bemoedigende vrouw en naar mij, ietwat verbouwereerd: “Ok!”

Ik neem hen mee, samen met een derde gast die ik onderweg moet afzetten. Ik stop, zwaai naar de meisjes en stap uit de wagen. Ik bel aan bij de gastvrouw van wie ik enkel de voornaam ken. Wanneer ik terug aan de wagen kom, zit S. op haar hurken op de rand van het voetpad. Ze is aan het overgeven. “Oh, I am so sorry!” Heb ik dan zo wild gereden? “No, don’t be sorry, I am pregnant…”. Ah, vandaar!

Thuis bedanken ze me voor de gastvrijheid en de thee. Ze twijfelen even, maar geven me dan toch hun vuile was (“It will be dry tomorrow, I promise!”).
De volgende dag overtuig ik hen om een tweede nacht te blijven. Wanneer ik hen terugbreng naar het Noordstation, zal ik eerst langs de medische consultaties van de Humanitaire Hub rijden. Haar vriendin blijft afstandelijker, maar S. observeert me en wil per se helpen.

Ze dekt de tafel zo goed als ze kan: het bestek allemaal bij elkaar, niet links of rechts van het bord, maar horizontaal langs de rand van de tafel. Na het eten legt ze behoedzaam het vuile bestek in de vaatwasser. Ze ziet hoe ik de peterselie met een schaar in een glas snijdt: “Oooh!!” Ze heeft dat nog nooit gezien en vindt het een schitterend idee. Voor ik de gekookte eitjes in de koelkast stop, breek ik het topje een beetje. “Why?” Ik leg haar uit dat ik zo het verschil kan zien met de niet-gekookte. “Oooh!!” Nog een keukentip die ze niet zal vergeten. Ik had mezelf nooit als een ervaren huishoudster gezien.

Een uur voor we zouden vertrekken, zegt ze me dat ze de vloer wil poetsen. Echt? Ze heeft gelijk, even dweilen zou hier zeker geen kwaad kunnen, maar ik aarzel: “You are pregnant! And you have not to do that!” Ze dringt aan en neemt de emmer en de trekker.

Nieuwe banden aanknopen?