Zij geven me de kracht om voort te doen als ik het even niet meer zie zitten … Wat was mijn leven kleurloos vroeger!

Zowat een jaar geleden besloot ik op een winteravond om noodopvang te bieden, na drie weken lang de blogposts van de vrijwilligers te hebben gelezen. Door hun getuigenissen kreeg ik opnieuw vertrouwen in de mensheid.

Het begon klein (twee jongens, twee nachten, met een dag rust ertussenin), maar al snel ben ik me meer gaan engageren. De enige onderbrekingen kwamen er op vraag van mijn kinderen, omdat ze hun mama tijdens hun week even voor zich alleen wilden hebben, nadat ze afscheid hadden moeten nemen van een duo of drietal aan wie ze erg gehecht waren geraakt. Dat diepe kinderverdriet (we gaan ze zo missen, mama, waarom kunnen ze niet bij ons blijven?) maakte al snel plaats voor een heel volwassen reactie (niet treuren, mama, E is nu veilig en hoeft niet meer te vluchten voor de politie).

Mijn huis is een toevluchtsoord waar chaos troef is. Terwijl de ene vertrekt om zijn kans te wagen, komt er al iemand anders aan uit het park. Als de ene van tafel gaat, komt de andere – gewekt door de lekkere geur van eten – naar beneden. Ik krijg voortdurend telefoontjes: mensen die me om hulp vragen, maar ook mensen die me laten weten hoe het met hen gaat. Bergen was en wasgoed dat nooit meer in de kast belandt, maar rechtstreeks uit de strijkmand wordt aangetrokken. In de kamers is er altijd wel iemand aan het slapen, aan het bellen met familie of naar een van die verschrikkelijke Ethiopische films aan het kijken (het is me nog nooit gelukt om er eentje uit te kijken).

Die avonden waarop je uitgeput terugkeert en de geur van marseillezeep en ‘ui-paprika-rundvlees’ je tegemoet waait wanneer je de deur opent (you have just to rest today Selina).

De kast met ‘kleren voor migranten’ die telkens weer leeg raakt en weer opgevuld wordt (wat doen al die spullen onder het bed? Sylvie, help, ik heb meer kleren nodig!). Soms grabbel ik er zelf in, wanneer al mijn truien in de was zitten (en wat vinden ze dat grappig!).

De rugzakken die opgestapeld liggen in alle hoeken van mijn kamer (van wie is die zak? I don’t know … Ok, ik leg ze bij de acht andere die hier achtergebleven zijn) en de reiskoffer van M, die hij me cadeau gaf om hem in Engeland te komen opzoeken.

De overvolle asbakken op het terras (zeg gasten, jullie kunnen ze toch even legen in de vuilnisbak, niet?) en iedereen die volop in de weer is om het huis op te ruimen tegen dat mijn kinderen terugkomen (en zich daarna de hele avond terugtrekt in ‘zijn’ kamer, zodat ons gezin wat tijd samen kan doorbrengen. “You need peaceful, don’t worry.”)

Het bed dat ik deel met C (ik ‘s nachts en hij overdag, en hij die moet lachen als ik me excuseer omdat ik zijn lakens van het bed vergat te halen toen ik in bed kroop)

De telefoontjes naar de gesloten centra, het feit dat ik hen daar niet kan opzoeken (dat gaat echt mijn krachten te boven … sorry guys) en het contact met de andere gezinnen die me verzekeren dat ze een advocaat gevonden hebben, hem zullen bellen en die de onfortuinlijke gast gaan bezoeken (Doe hem de groetjes, hé? Zeg hem dat ik aan hem denk!).

De vrijwilligers die me voedsel komen brengen en die me helpen met de was als ik niet meer kan volgen, de chauffeurs die ik leer kennen, en van wie ik blij ben dat ik hen enkele minuten later opnieuw tegenkom …
Mijn leven is totaal veranderd. Het is één grote chaos, maar het is een chaos veroorzaakt door menselijkheid, die de moeite meer dan waard is …

Soms hoop ik wel dat er een einde aan komt en dat er duurzame oplossingen gevonden worden. IJdele hoop, wellicht. Het maakt niet uit. Zij geven me de kracht om voort te doen als ik het even niet meer zie zitten. Ze geven mij een tweede, derde, vierde adem … Wat was mijn leven kleurloos vroeger!

Soms word ik overmand door twijfel … Wat voor zin heeft het? Welk lot staat hen te wachten?
En dan lees ik de posts van Adriana, die het altijd zo mooi weet te verwoorden. Daarom! Omdat elke minuut telt dat ze zich geborgen, begrepen en gerespecteerd voelen.

Omdat ik nooit meer terug kan naar de situatie van vroeger, waarbij ik de andere kant opkeek om de situatie niet onder ogen te hoeven te zien. Nu zijn mijn ogen wijd open. En ook al word ik soms wanhopig van wat ik te zien krijg, ik zie ook de gastvrijheid van de vrijwilligers en alles wat ze voor hen doen. Mijn ogen zijn op hen gericht, op hun vindingrijkheid en hun warme menselijkheid.

Ons leven en dat van hen wordt nooit meer als voorheen. Daarvoor moeten we de hele wereld opnieuw uitvinden!

Voor M, E, C, die ik voor altijd in mijn hart draag.
Voor A, Z, M, F, T, S, Y en iedereen met wie ik een hechte band heb opgebouwd, boordevol affectie, humor en bezorgdheid.
Voor A, B, C, D, E enz., die ik slechts kortstondig ontmoet heb en van wie ik hoop dat ze snel hun plek en hun rust zullen vinden.

Voor iedereen die mijn pad al heeft gekruist en die mijn pad nog zal kruisen.