“Ik kan niet terugkeren. Ik ben niets. Dead is better mama, really.”

“Dead is better.” Het is met die woorden dat onze habitué van wal steekt. Hij heeft net 24 uur in bed doorgebracht en is met veel moeite opgestaan …

Vanavond zitten we met zijn tweeën aan tafel. Hij heeft getwijfeld of hij zou eten, maar hier zit hij. Eerst volledig gehuld in stilzwijgen. Ik wacht en kijk hem aan. Ik weet niet wat te zeggen. “Don’t worry, mama. I’m fine.” “Je blik verraadt iets anders …”

Een diepe zucht en dan: “Dead is better.”

Hij heeft 7 dagen in het repatriëringscentrum doorgebracht. Daar aangekomen is hij gestopt met eten. 

“Ik ben toch geen gangster? Waarom zit ik dan in een gevangenis? Ik heb onophoudelijk nagedacht over mijn leven. In Europa spelen de regeringen met onze levens … In Libië leef of sterf je, maar heb je tenminste zekerheid. Hier heb je zelfs geen leven. 

Je komt aan in een land, je vraagt asiel en dan laten ze je een jaar, twee jaar wachten om je vervolgens af te wijzen. Dan probeer je het elders, maar daar steekt het Dublin-akkoord een stokje voor: ze sturen je gewoon terug naar het eerste land dat niet van je wilde weten. Waar anders moet je dan heen dan naar het VK? Je probeert en probeert, je lijdt kou, je slaapt op straat, je lijdt honger, je bent niets, niet meer dan een illegaal, iemand die nooit het recht heeft ergens te zijn. Je hebt geen leven. Je draait door. Zelfs moslims beginnen te drinken. Er wordt gedronken, gerookt en er worden drugs genomen om de dag te overleven. “Keer naar je land terug”, wordt je toegesnauwd. Maar terugkeren is geen optie, want je hebt schulden bij je familie die je geld heeft gegeven om te kunnen vluchten. Ik kan niet terug, ik ben niets waard. Dead is better mama, really.”

Daarom voel ik me zo kapot deze ochtend … Hij heeft 4 uur aan een stuk gepraat en ik heb woordeloos geluisterd. Ik weet geen raad. Ik kan hem geen hoop geven. Achteraf zegt hij: “Niet wenen, beloofd? Het is mijn leven en het was mijn keuze. Een slechte keuze, maar goed, God heeft het zo voor mij gewild, en daar kan ik niets aan veranderen.” 

Ik heb mijn tranen toen ingehouden … Maar nu laat ik ze de vrije loop …