Ik heb voor het eerst iemand onderdak geboden en het zal niet de laatste keer zijn.

Hierbij mijn getuigenis. Mijn verhaal begint op het Burgerplatform, bij de dagelijkse poll. Snel en efficiënt.
Ik heb voor het eerst iemand onderdak geboden en het zal niet de laatste keer zijn.

Die avond staan er twee jonge mensen voor me. We stellen ons aan elkaar voor op de drempel. De chauffeur vertrekt met een grote glimlach. Hij had geen tijd om binnen te komen voor een glas, want hij had nog een andere opdracht voor de boeg. De vriendelijke blik van de chauffeur (hij heet N.) had het hele huis kunnen verwarmen. 

Na een eenvoudige maaltijd beginnen we te praten. Het is nooit eenvoudig om iemands vertrouwen te winnen wanneer je die persoon voor het eerst ontmoet, dus probeer ik het ijs te breken. Ik vertel hun dat het avondmaal een recept is van mijn moeder, die nu niet meer in staat is om zelf te koken. Dat het een gerecht is uit mijn kindertijd en dat ik de culinaire tradities van mijn land in ere probeer te houden. F. en R. moeten glimlachen om mijn monoloog. Ze gaan zitten en eten hun bord leeg. 
Wanneer de tongen loskomen en hun angst wegsmelt, doen ze hun hartverscheurende levensverhaal uit de doeken. Het is onmogelijk om niet emotioneel te worden. Hoe kan iemand ongevoelig blijven voor de ellende van deze mensen? 

Ze vertellen met dat het een jaar duurt om van Eritrea naar Italië te reizen. ‘Een jaar’ blijkt uiteindelijk meerdere jaren te zijn: F. vertrok richting Soedan en Libië toen hij 17 jaar was. Hij is er nu 25. Jaren van beproeving en gevangenschap. Als hij over zijn ervaringen vertelt, is de angst nog steeds op zijn lijf te lezen. Libië was het zwaarst, zegt F.

Jullie zullen waarschijnlijk al tientallen, honderden gelijkaardige getuigenissen gehoord hebben. Klopt, maar woorden vervliegen. Door iets neer te schrijven blijft het bestaan. Daarom schrijf ik deze post: om niet te vergeten. Om iedereen te herinneren die op de vlucht is en de dood in de ogen kijkt voor een betere toekomst. Om de doden die aanspoelen aan de kusten niet te vergeten.
In de toekomst willen ze naar Engeland, willen ze studeren, werken en hun familie terugvinden. Zaken die voor ons zo vanzelfsprekend lijken, zijn voor hen nog steeds een gigantische hindernis.

Ons gesprek loopt op z’n einde. We zijn emotioneel. Ze zijn moe. Uit hun houding spreekt een intense vermoeidheid, typerend voor mensen die vechten om te overleven. Wat rust zal hen goed doen. De volgende dag vertrekken ze na een middagmaal dat hun genoeg kracht geeft voor de rest van de dag. F. schudt me de hand en R. omhelst me. Afscheid nemen is moeilijk. Ik noteer hun contactgegevens, maar vertel erbij dat ik de volgende keer andere mensen onderdak moet bieden. Ze begrijpen me.

Mijn getuigenis eindigt in pijn. De overnachting heeft heel wat herinneringen naar boven gebracht aan een andere vluchteling. Een vluchteling die ooit met het vliegtuig kon komen. Het verhaal van F. en R. doet me denken aan mijn vader, die ooit ook wegvluchtte. Van China naar Vietnam. Hij vertrok uit China vanwege Mao Zedong, hield zich schuil in boten, stak de zee over en werd gevangen genomen in Vietnam. Jarenlang vocht hij om te overleven, tot hij in 1976 werd opgevangen in België. 
Dit is het relaas van een vluchteling die uiteindelijk onderwijzer werd in zijn opvangland. Volgens mij loont het dus absoluut de moeite om vluchtelingen te helpen.

Ik heb voor het eerst iemand onderdak geboden en het zal niet de laatste keer zijn.