Ik zal wel koken!

De hele wereld moet weten wat voor een dankbare taak dit is! Er logeert een Franstalige Afrikaanse tiener bij mij aan wie ik gisteren krachten en vectoren heb moeten uitleggen. Mijn god, wat zit dat ver. Maar met z’n tweeën lukt het.

Ik lees haar notities en leg het uit. Ze begrijpt alles en lost de oefeningen op. Ik stel terloops vast dat ze goed kan hoofdrekenen. Schitterend!

Deze ochtend wordt er zachtjes op de deur geklopt. Het zijn twee vrienden die terugkomen van een slapeloze nacht en graag in hun bed willen kruipen dat zich vijfhonderd meter verderop bevindt. Maar er zijn agenten in de straat. Ik geef hun een theetje en na twintigtal minuten troosten en praten stelt een van mijn gasten voor om ze naar huis te brengen via een discrete binnenweg.

Intussen trekt een andere gast zijn jas en schoenen aan, zegt me gedag en gaat naar zijn Franse les. Hij heeft in zijn eigen land voor ingenieur gestudeerd en is heel methodisch. Elke avond wanneer hij terugkomt, stelt hij me gerichte vragen: “Poire: p-o-i-r?” “Nog een ‘e’ op het einde”, zeg ik. “Aahhh, the ‘silent letters’ in French!” Ik knik: “It’s the same for pomme: there is a ‘e’, silent letter, at the end.” Het is weekend, en dus geen les.

De buurvrouw vraagt hem om de rijpste druiven aan haar veranda te helpen plukken. Morgen, 27 september, is er geen school. Mijn Afrikaanse tiener verkondigt meteen klaar en duidelijk: “Ik zal wel koken!”